10. De tovenaar

april 19, 2007

Ome Arie had zijn eigen eenmans-transportbedrijf: Ome Arie – Transport Zonder Larie. Dag en nacht zat hij op de weg, dus tijd voor een vrouw had hij niet. Ter compensatie had hij zijn wagen “Lekker Ding” gedoopt. En om de eentonigheid van de lange ritten te doorbreken nam hij regelmatig lifters mee.

Deze keer was dat een rijzige oude man met lange wapperende haren, een puntmuts met sterren erop en een staf.
“Waar gaat de reis naartoe?” vroeg Ome Arie door het opengedraaide raampje van “Lekker Ding.”
“Naar de Tovenaarsconferentie in Hoofddorp.”
“U heeft geluk, stap maar in!”

Terwijl de grijsaard aan boord klom zei Ome Arie: “Dus u bent tovenaar?”
“Dat ben ik,” antwoordde de tovenaar, “bovendien kan ik gedachtenlezen.”
“Aha!” riep Ome Arie terwijl hij de tovenaar een knipoog gaf via de achteruitkijkspiegel, “waar denk ik nu aan?”
“Oei,” antwoordde de tovenaar, “aan een goedgevulde jongedame met een uiterst beperkte garderobe.”
“Klopt! En nu?”
“Aan een kratje pils helemaal voor uzelf.”
“Klopt! En nu?”
“Dat u in het Nederlands Elftal speelt en alle doelpunten maakt.”
“Klopt. En nu?”
“Een patatje oorlog in combinatie met een hamburger speciaal, geserveerd door een jongedame met een wel heel laag décolleté.”
“Klopt! En nu?”

Het valt voor de tovenaar te hopen dat Ome Arie snel in Hoofddorp aankomt. Van zo’n conversatie zou een mens toch horendol worden? Gelukkig dus maar dat de meeste mensen geen gedachten kunnen lezen. Door al die stoorzenders zou de mensheid subiet niets meer presteren. (En achteraf gezien had die tovenaar natuurlijk veel beter niet over dat gedachtenlezen kunnen beginnen).

+++

Iedere dag een Miniatuurtje in uw inbox? Stuur een verzoekje naar robsmit@viceversa.nl

Eén reactie naar “10. De tovenaar”


  1. [...] Ome Arie het eerste ritje van het NBNW accepteerde wist hij nog niet wat hij zich op de hals had gehaald. [...]


Reageer