24. Mirjam en het elfje

mei 3, 2007

Als juffrouw Mirjam ’s avonds rustig haar lessen voor de volgende dag zit voor te bereiden hoort ze plotseling een mysterieus, ijl geluid. Het is een constante toon, maar tegelijkertijd zweven er tonen op en neer, steeds dezelfde reeks. Het lijkt uit het halletje bij de voordeur te komen. En ja hoor, het komt uit de meterkast! Als Mirjam de kastdeur opent zit er een elfje op de gasmeter.

“Maak jij dat rare geluid?” vraagt Mirjam. “Nee,” antwoordt het elfje, “maar het verschijnen van een elfje aan een mens gaat wel met dat geluid gepaard. Althans, mensen horen het, elfjes niet.” “Raar, want door dat geluid is een elfje zó te vinden. En dat terwijl elfjes toch onzichtbaar willen blijven, behalve misschien voor kinderen.” “Ik wilde juist gevonden worden, want ik heet Mirjam.” “Dat is toevallig, ik heet ook Mirjam.” “Dat is helemaal niet toevallig. Bij ieder mens hoort een elfje, en ik hoor bij jou. En elfjes en mensen die bij elkaar horen hebben dezelfde naam.”

“Volgens mij ben je in de war, het zijn mensen en engelen die bij elkaar horen, want ieder mens heeft een beschermengel. Van mensen en elfjes heb ik het nog nooit gehoord. Haal je elfjes en engelen niet door elkaar toevallig?” “Ja hallo zeg, ik weet toch zeker wel of ik een elfje ben of niet!” Toch lijkt het elfje niet meer zo zeker van haar zaak, en even later is ze verdwenen. Net als die geheimzinnige tonen.

+++

Iedere dag een Miniatuurtje in uw inbox? Stuur een verzoekje naar robsmit@viceversa.nl

Reageer