Ome Arie zat met twee kersverse klonen van zichzelf aan de oever van het Erdös-Rényi Meer. Er heerste stilte tussen de drie mannen. “Het is verbazend hoe weinig je elkaar te vertellen hebt als je elkaar zo goed kent als wij,” zei Ome Arie. “Ik hoef maar aan een anekdote te beginnen en jullie weten al hoe hij afloopt,” beaamde Ome Arie. “Dat komt omdat we op dit moment nog dezelfde herinneringen hebben,” opperde Ome Arie. “Pas als we onze eigen weg gaan, krijgen we ons eigen leven.”
Het bestaan van de Ome Aries roept belangrijke ethische en filosofische problemen op. Als je elkaars lichaam, ervaringen en herinneringen deelt, ben je dan identiek? Gaat een gekloond lichaam net zo lang mee als een normaal lichaam? Als er steeds meer klonen komen, zullen zij dan als gelijken of als paria’s behandeld worden? Als een kloon overlijdt, heeft dat dan effect op het origineel?
“Er is maar één vrachtwagen,” zei Ome Arie, “en dat is Lekker Ding. Mijn Lekker Ding.” “Ik wil Lekker Ding niet,” zei Ome Arie, “ik ga me hier in Novosibirsk vestigen, champagne exporteren en een vrouw zoeken.” “Ik heb gehoord van een leegstaande speelgoedwerkplaats in Siberië,” zei Ome Arie, “die wil ik weer aan de praat krijgen, want ik zie brood in houten Gorbachovs, Jeltsins en Putins.” De toekomst was vol belofte.
+++
Iedere dag een Miniatuurtje in uw inbox? Stuur een verzoekje naar robsmit@viceversa.nl