53. Door een wormgat naar Pegasus

juni 1, 2007

Toen professor Palarczyk het wormgat naar het Pegasus-stelsel opende had hij geen idee wat hij aan de andere kant zou aantreffen. Een menigte druk door elkaar kwetterende kleuters in ieder geval niet.

Zo’n reis door een wormgat is geen pretje. Met behulp van een onvoorstelbare hoeveelheid energie wordt er een even onvoorstelbare afstand overbrugd. Aan de vertrekzijde wordt je lichaam atoom voor atoom afgebroken, aan de aankomstzijde zonder tijdverlies weer opgebouwd. Herinneringen en ervaringen blijven intact, maar er is sprake van hevige pijn en desoriĆ«ntatie. Dus als je daarna plotseling tegenover duizenden buitenaardse kleuters staat, opgesteld in een halve cirkel rondom het aankomstpunt, dan ben je ‘t even helemaal kwijt.

Die kleuters schreeuwden zinnen uit de Nederlandse literatuur. De kinderversjes van Annie M.G. Schmidt, de openingszin van De diamant van Harry Mulisch, het gemompel van Frits van Egters uit De Avonden, de mystieke strofen van Hadewych, de streken van Pietje Bell en de getormenteerde volzinnen van Couperus. Professor Palarczyk stapte terug door het wormgat. Zomaar ineens had hij genoeg van buitenaardse beschavingen. En het komende jaar ging hij alleen nog maar damesromans lezen.

Geef een reactie