Pramdash Akir was de zoon van een pottenbakker. Hij woonde en werkte in Dharavi, de sloppenwijk van de Indiase metropolis Mumbai. De huisjes waren er van golfplaat en jute, de straten slechts een meter breed. De toch al niet geweldige water- en stroomvoorziening werd beheerst door criminelen. Toch werd er volop gewerkt en waren de meeste bewoners gelukkig.
De aan de rivier gelegen pottenbakkerij van Pramdash’ vader braakte dikke wolken zwarte rook uit, maar het aardewerk dat er gemaakt werd was schitterend. Hoewel Pramdash nog maar tien jaar was, was hij al een ervaren pottenbakker. Hij had zelfs al een specialiteit: vliegende schotels. Niet de schotelvormige ruimtevaartuigen waarin buitenaardse wezens de aarde bezoeken, maar vliegende aardewerken schotels.
Iedere morgen mediteerde Pramdash met zijn ouders, zijn broers en zusters en alle werknemers van het bedrijf. Dat deden ze al zo lang dat hun geesten vanzelf in fase raakten, waarna iedereen begon te zweven. Omdat de gammele huisjes daar slecht tegen konden, kanaliseerden de pottenbakkers hun zweefpotentie in Pramdash, en Pramdash in zijn aardewerken schotels. Sindsdien kwamen die na het bakken en glazuren uit de oven vliegen, en je kon ze bovendien leren dat ze bij iemand in de buurt moesten blijven. Geen wonder dat de pottenbakkerij zou uitgroeien tot de bekendste ter wereld!