56. Nachtflupke

juni 4, 2007

Tevreden verliet Suske de dierenwinkel van meneer Vandersteen, een Nachtflupke veilig in haar Roodkapjesmandje. Roodkapjesmandje? Jawel. Wiske, haar vriend, zei altijd dat ze met haar rode haar alleen nog maar een mandje nodig had om op Roodkapje te lijken. Nu had ze zo’n mandje en inderdaad, het Roodkapjesgevoel was er helemaal. Ze keek zelfs onopvallend (hoopte ze) rond of ze de grote boze wolf niet ergens zag.

Of misschien was het Nachtflupke haar wolf, wachtend tot hij groot en sterk genoeg zou zijn om haar te kunnen verorberen. Nachtflupke? Jawel. Suske had altijd graag een huisdier willen hebben, maar geen hond of poes. Ze wilde iets bijzonders, en dat betekende bijna automatisch een Nachtflupke. Eén van de zeldzaamste dieren op aarde, die desondanks goed aarden als huisdier. Ze leven vooral ’s nachts.

En daar had Suske zich op verkeken. Want wat gezelligheid betrof had je niks aan het dier. Het sliep als jij wakker was, en was wakker als jij sliep. ’s Nachts ging de flup op verkenning door het huis. Trok de bekleding van bank en stoelen kapot, sloopte boeken en agenda’s en plaste in bloempotten. Moest Suske haar huisdier terugbrengen naar de dierenwinkel, of moest ze overdag gaan slapen en ’s nachts gaan waken?

Reageer