46. Zorvod

mei 25, 2007

“Oma, kijk eens wat ik op het voetbalveldje gevonden heb!” riep Kareltje terwijl hij de tuin in kwam met iets groots en metaligs in zijn handen, “een soort insect!” Oma, die met de afwas bezig was, droogde haar handen alvorens het voorwerp van Kareltje aan te pakken. “Biomechanische verkenner,” zei ze, “Transformer waarschijnlijk. Mogelijk Beast Wars, misschien zelfs Transmetal.”

Uit het insect kwamen ratelende geluiden, de ogen lichtten op. “Transformer?” klonk een telepathische stem in het hoofd van Oma en Kareltje, “wat een belediging! Ik ben Zorvod, gezant van Murzuvia. En ik ben verdwaald!” “Murzuvia?” antwoordde Oma, “dan ben je inderdaad een lichtjaartje of wat uit de richting. Murzuvia is daar!” Ze wees naar een plek aan de hemel, ver buiten het zonnestelsel. “Je moet leren teleporteren, of een ruimteschip met een fotonenmotor bouwen, dan kun je naar huis.”

Zorvod veranderde van een insect via een vliegtuig in een personenauto. “Toch een Transformer,” zei Oma, “zie je wel!” “Ik ben géén Transformer!” hield Zorvod voet bij stuk, “maar ik kan ze wel héél goed nadoen!” Oma gaf Zorvod weer aan Kareltje, die hem op de grond gooide en kapot trapte. “Zorvod verveelt me,” zei hij, “ik ga weer voetballen!”

+++

Iedere dag een Miniatuurtje in uw inbox? Stuur een verzoekje naar robsmit@viceversa.nl


45. Het Ruiskonijn

mei 24, 2007

Hoe het Ruiskonijn op aarde beland is weet niemand, ook het Ruiskonijn zelf niet. Op een dag was hij er gewoon, een vrolijk en nieuwsgierig dier dat enthousiast zijn nieuwe thuisplaneet ging verkennen. Aanvankelijk vonden de mensen het wel grappig, zo’n Ruiskonijn dat een tijdje in hun portiek of achtertuin kwam wonen. Sommigen boden hem zelfs een eigen kamer in hun huis aan.

Maar met het verstrijken van de tijd werd hun gastvrijheid steeds minder. Het Ruiskonijn was namelijk elektromagnetisch, wat storing veroorzaakte op de televisie. En wie zoiets doet krijgt ruzie met de mensen, dat weet iedereen! Het was toen dat het Ruiskonijn zijn definitieve naam kreeg; de verschillende koosnaampjes waarmee hij eerder aangeduid werd verdwenen.

Nooit meer werd hij ergens binnengelaten, en hij zwierf eenzaam en verbitterd over straat. Tot hij een groepje kinderen ontmoette dat nog gewoon buiten speelde in plaats van voor de buis te zitten. Ze werden dikke vrienden, en met hen ging hij voetballen, tikkertje doen en touwtje springen. Soms smokkelden zij hem zelfs hun kamer binnen, zodat hij lekker warm en droog kon slapen. Het Ruiskonijn kreeg zowaar weer zin in het leven!

+++

Iedere dag een Miniatuurtje in uw inbox? Stuur een verzoekje naar robsmit@viceversa.nl


44. Vijf toverspreuken

mei 23, 2007

De wijk Nijenrode is de laatste tien jaar sterk verpauperd. De meeste woningen zijn in het bezit gekomen van huisjesmelkers, die het incasseren van de huur belangrijker vinden dan regelmatig onderhoud. Overal staan groepjes uitgeteerde junks, die ruzie maken om een muntje of een sigaret. Dronkaards met urinevlekken in hun broek slapen hun roes uit op de bankjes in wat ooit parken waren. Stoepen en straten zitten vol gaten en zijn bedekt met lege fastfoodverpakkingen, gebruikte spuiten, glasscherven van ingeslagen autoruiten en verbrande stukken krant. Bewapende jongeren terroriseren de buurt. Door de hoge huizen is er op straatniveau nauwelijks zonlicht.

Maar dan komt Ineke in de wijk wonen! Met één dikke toverspreuk herstelt ze de gebreken van de gebouwen in de buurt en verlaagt ze de maandelijkse huurbedragen. Met een tweede repareert ze de parken, straten en stoepen. Een derde verandert de rotzooi op straat in bakken met geraniums. Een vierde tovert de junks om in poedels, de alcoholisten in vlinders en de straatbendes in schoothondjes. En met een vijfde maakt ze de straten breder, als ode aan de zon. Want laten we eerlijk zijn, als je voor het eerst op kamers gaat wonen moet de buurt wèl een beetje leuk zijn!

+++

Iedere dag een Miniatuurtje in uw inbox? Stuur een verzoekje naar robsmit@viceversa.nl


43. De Polynesische woelrat

mei 22, 2007

De Polynesische woelrat komt al lang niet meer alleen in Polynesië voor. Via schepen en vliegtuigen heeft het ondernemende dier zich vanaf de eilandengroep in de Stille Oceaan over de rest van de wereld verspreid, en nu is er bijna geen land meer dat niet met de Polynesische woelrat heeft kennisgemaakt. Erg blij is men daar overigens niet mee, want het dier ondergraaft met groot enthousiasme de dijken en terpen die in laaggelegen landen het water op veilige afstand houden.

De meeste landen hebben dan ook diensten opgezet die de Polynesische woelrat actief bestrijden. In Nederland is dat de PWBD, de Polynesische Woelrat Bestrijdings Dienst. Opgericht in 1981 onder auspiciën van een nog jonge koningin Beatrix, heeft deze dienst haar efficiency in de loop der jaren gedurig moeten opvoeren. De Polynesische woelrat is namelijk slim! De PWBD ontwikkelt een nieuwe bestrijdingsmethode, de Polynesische woelrat neutraliseert hem!

Juist omdat het dier zo slim is heeft België er als enige Europese land vriendschap mee gesloten. Door samenwerking heeft men veel van – en trouwens ook aan – de Polynesische woelrat kunnen leren. De Belgische variant is ondertussen dan ook intelligenter dan varianten van elders. Je moet niet raar opkijken als je een Polynesische woelrat een Belgische krant ziet lezen, of ziet deelnemen aan schaak- en damtoernooien op de Belgische televisie. In sommige Belgische fabrieken sturen Polynesische woelratten zelfs het productieproces aan! Geen wonder dat de Amerikanen nu Belgische Polynesische woelratten willen inlijven bij het leger …

+++

Iedere dag een Miniatuurtje in uw inbox? Stuur een verzoekje naar robsmit@viceversa.nl


42. Lemmy en de bommenwerper

mei 21, 2007

Hoe komen populaire muzikanten aan de titels voor hun LP’s? Om het antwoord op deze boeiende vraag te vinden spraken leden van onze commissie met Lemmy Kilminster, voorzanger en bassist van het Engelse combo Motorhead. De heer Kilminster behoort niet meer tot de jongsten, maar gaat, zoals hij het zelf formuleert, ‘nog als een beest tekeer’ voor wat betreft het maken van opruiend harde muziek, het nuttigen van alcoholische en chemische versnaperingen, en het tot lichamelijke extase brengen van jongedames uit alle lagen van de bevolking. Ook verzamelt hij historische objecten uit de Tweede Wereldoorlog. Over de totstandkoming van zijn meest recente LP Bomber zegt de heer Kilminster:

“Zoals iedere echte vent ben ik in dienst geweest – daar leer je immers drinken – en gezien mijn leeftijd was dat aan het eind van de Tweede Wereldoorlog. De Duitsers rukten aan de ene kant op, de Japanners aan de andere. Er moest iets gebeuren, en dus werd ik ontboden bij de Amerikaanse president. De Amerikanen hadden een nieuw soort bom, ontwikkeld door de overgelopen Duitser Werner von Braun en de Amerikaanse muizen- en eendenkweker Walt Disney. Wil jij die even op Hiroshima gooien? vroeg de president. Natuurlijk, antwoordde ik, want ik kick op lawaai en vuurwerk. En oorlog! Ik kreeg een bommenwerper, een snelcursus vliegen en hup daar ging die bom! Logisch dus dat mijn nieuwste LP Bomber heet.”

+++

Iedere dag een Miniatuurtje in uw inbox? Stuur een verzoekje naar robsmit@viceversa.nl


41. Pratende dieren

mei 20, 2007

Pratende dieren? Je wordt ermee doodgegooid! In kinderboeken. In strips. In sprookjes, mythen en sagen. Op televisie. In de film. Maar zouden er in werkelijkheid ook pratende dieren bestaan? Dat vroeg de man met het langgerekte hoofd zich af toen hij, in zijn jonge jaren, twee wereldreizigers had ontmoet die beweerden bij een negerstam in Centraal Afrika sprekende dieren te hebben gezien.

Het liet hem niet meer los, en zodra hij het zich kon veroorloven nam hij deel aan een expeditie naar Centraal Afrika. Eerst ging het met het vliegtuig naar Afrika, toen met jeeps dichter naar het doel en tenslotte met plaatselijke gidsen en dragers naar de eindbestemming. En wat voor dieren troffen de expeditieleden daar aan? Pokémon, honderden verschillende soorten Pokémon!

Negers van de M’belebele-stam trainden ze, om ze vervolgens tegen elkaar te laten vechten. Vochten ze niet, dan werden ze uit veiligheidsoverwegingen in een Pokébal vastgehouden. Nintendo had de Pokémon helemaal niet verzonnen! De videospellen, ruilkaarten en plastic poppetjes waren gebaseerd op bestaande dieren uit Centraal Afrika! En praten deden ze inderdaad als de beste: in het M’belebele-dialect …

+++

Iedere dag een Miniatuurtje in uw inbox? Stuur een verzoekje naar robsmit@viceversa.nl


40. Mensen en konijnen

mei 19, 2007

Toen de film waar Mark zoveel over gelezen had eindelijk in de bioscoop draaide wilde zijn vrouw niet mee. Hij smeekte en dreigde, maar ze was niet te vermurwen. Een actiefilm nee, een romantische film ja. En dit was een actiefilm. Toen hij in zijn eentje bij de bioscoop aankwam was het al laat. Hij kon nog wel een kaartje kopen, maar iedereen zat al in de zaal.

Hij glipte nog juist naar binnen voordat de deuren gesloten werden. Op de oude, versleten bioscoopstoelen zaten alleen maar konijnen. Mansgrote, harige konijnen. Die allemaal omkeken toen hij binnenkwam en hun lachen nauwelijks konden onderdrukken bij het zien van dat vreemde, onbehaarde wezen. Met een onbehaaglijk gevoel liep hij door, en ging in een leeg deel van de zaal zitten.

Alle acteurs in de film waren konijnen. Mansgrote, harige konijnen die rechtop liepen, in auto’s reden, konijnenschurken achtervolgden en vuurgevechten hielden. Hij greep de pauze aan om de bioscoop te verlaten en zo snel mogelijk naar huis te gaan. Maar ook op straat zag hij alleen maar konijnen. Zelfs thuis werd hij opgewacht door een konijn. Met borsten. Dat verbaasd zei: “Nu al terug?”

+++

Iedere dag een Miniatuurtje in uw inbox? Stuur een verzoekje naar robsmit@viceversa.nl


39. Zwarte zeep

mei 18, 2007

Op vakantie in Zuid Frankrijk kocht Rita een doosje met zes verschillend gekleurde zeepjes. Pas toen ze weer thuis was maakte ze het doosje open. De zeepjes roken heerlijk, en kijk: er zat één zwarte tussen. “Wow baby,” zei ze hardop tegen zichzelf, “zwarte zeep! Daar ga jij je voortaan mee wassen!” Aldus geschiedde, en al snel rook ze zelf net zo lekker als de zeep.

Maar na een paar weken begonnen er vreemde dingen te gebeuren. Buiten liepen kennissen haar steeds vaker voorbij zonder te groeten. Zelfs als zij het eerst groette was het antwoord aarzelend, alsof de ander zich probeerde te herinneren wie dat ook al weer was die daar zo vriendelijk groette. Ook begon Rita naar soul, funk en hip-hop te luisteren, en haar lichaam ging dan vanzelf met de muziek meebewegen. Terwijl ze vroeger toch zo’n stijve hark was!

Toen ze op een dag bij de buurvrouw aanbelde keek die haar afkeurend aan: “Ben jij nieuw op de galerij of zo?” “Welnee,” antwoordde Rita, “ik ben het, Rita!” “Maak dat de kat wijs!” bitste de buurvrouw, “als jij Rita bent, ben ik de koningin!” Hoofdschuddend sloot ze de deur. “Een zwarte die zich uitgeeft voor een blanke, gekker moet het niet worden!” Toen begreep Rita wat er gebeurd was: ze was een negerin geworden! Terstond pakte ze haar boeltje en verhuisde naar Afrika. En als de berichten correct zijn woont ze daar nog steeds.

+++

Iedere dag een Miniatuurtje in uw inbox? Stuur een verzoekje naar robsmit@viceversa.nl


38. De recente opleving van het Katholicisme

mei 17, 2007

De Brabantse Heiligenbeelden Fabriek uit Den Bosch geniet al meer dan een eeuw grote faam in binnen- en buitenland; niet voor niets is het Vaticaan de grootste afnemer! Het bedrijf werd eind negentiende eeuw door Bosschenaar Johannes de Beer opgericht als kleine familiewerkplaats, die beelden maakte voor de plaatselijke kerken en enkele welgestelde particulieren. Die beelden waren niet goedkoop; ze bevatten zoveel detail en expressie dat de fabricage ervan een ingewikkelde en langdurige kwestie was. Maar ze waren mooi!

De vraag bleef dan ook toenemen, en het bedrijf moest regelmatig uitbreiden en verhuizen. Eens per generatie werd het bovendien van vader op zoon overgedragen. Maar altijd wist het de beste ontwerpers, beeldhouwers en mallenmakers aan te trekken, vaak vanuit het buitenland. Wie kent niet Antonio Bongiovanni uit Florence, de meester van de Kerst- en Paasgroepen? Of Ferenc Huszar uit Boedapest, die Christusbeelden schiep naar zijn eigen evenbeeld? Of Yuri Andropov uit Kiev, die een Nederlandse ikonentraditie van de grond tilde?

Maar de grootste kunstenaar was Jozias Vandenkapelle uit Gent. Zijn huilende Mariabeelden zaten zo vol emotie, en hun tranen vloeiden zo rijkelijk, dat potentiële kopers de neiging kregen de beelden te troosten. Zij kostten het meest, maar verkochten het best. De recente opleving van het Katholicisme in Nederland en Vlaanderen is dan ook geheel aan Vandenkapelle en zijn huilende Maria’s te danken.

+++

Iedere dag een Miniatuurtje in uw inbox? Stuur een verzoekje naar robsmit@viceversa.nl


37. In de Transsiberia Express

mei 16, 2007

In een coupé in de Transsiberia Express zaten David Lynch, Truman Capote en Ronald Raegan. Lynch met zijn rare kuif maakte onbegrijpelijke, dreigende films en bovendien hele enge schilderijen. Capote was één van de beste Amerikaanse schrijvers, aan lager wal geraakt na publicatie van zijn meesterwerk In cold blood. Raegan was de sympathiekste Amerikaanse president, hij was eigenlijk acteur.

In de coupé ernaast knipte de conducteur de kaartjes van Anton Heyboer, Nikola Tesla en Lemmy van Motorhead. Heyboer was de schilder die als kind in een concentratiekamp had gezeten en daarna alleen nog maar rare kriebeltjes tekende. Tesla had een energiestraal ontwikkeld waarmee hij vanuit Amerika een reusachtig gat in de Russische taiga had gebrand. En Lemmy verkondigde met hese stem dat hij die wrat op zijn linkerwang nooit zou laten weghalen.

Toen de conducteur de Lynch-Capote-Raegancoupé betrad zei hij: “Tjonge, er zitten een boel grote namen in deze trein.” “Hoe weet u dat wij grote namen zijn?” vroeg Capote met zijn nichterige giechelstem. “Hey, Truman,” lachte Raegan, “wie zegt dat hij het over ons heeft?” Maar de conducteur vervolgde: “Meneer Capote, ik heb In cold blood gelezen, en dat is het beste Amerikaanse boek dat ooit gepubliceerd is!” Raegan knipoogde vet naar Lynch. “Trap er niet in hoor,” zei hij, “Capote heeft hem betaald om dat te zeggen!” “Verpest zijn plezier nou niet!” siste Lynch. Maar het leed was al geschied: Capote trok een pruillip en hulde zich de rest van de reis in een verongelijkt stilzwijgen.

+++

Iedere dag een Miniatuurtje in uw inbox? Stuur een verzoekje naar robsmit@viceversa.nl